The next step

Coschap Curaçao

01-01-2006

Dushi Korsow

Waarom gaat een student co-schappen lopen op Curaçao? Vanwege interesse in een bijzonder stukje Nederland, vanwege een (verwacht) niet al te groot taalprobleem en niet op de laatste plaats vanwege de zon. Dit laatste was een aantrekkelijk alternatief met nog een hele winter voor de deur. Zo gezegd, zo gedaan, voor mijn co-schappen huisartsgeneeskunde en sociale geneeskunde ben ik gedurende de koudste wintermaanden afgereisd naar Curaçao.

Van de locale coördinator huisartsgeneeskunde had ik al vernomen dat het handig zou zijn wanneer ik het Papiaments enigszins machtig zou zijn bij aanvang van het coschap. Dapper meldde ik dat me dat zeker zou gaan lukken en enkele maanden voor vertrek heb ik dus een leerboek Papiaments aangeschaft, inclusief CD, om op deze manier de taal onder de knie te krijgen.
De eerste dagen mocht ik even wennen in de praktijk en zat ik bij de consulten die de huisarts deed. Zoals de mensen gewend waren, gingen de gesprekken ook gewoon door in het Papiaments. Tussentijds kwam er af en toe een adequate vertaling zodat ik het ook nog redelijk kon volgen. Zonder deze vertaling was dit tempo moeilijk bij te benen met mijn basiskennis verkregen van de CD. Maar een beter leerschool kon ik niet krijgen, redelijk snel kon ik steeds grotere delen van het gesprek begrijpen.
Iedere ochtend wanneer ik iets voor achten aan kwam lopen bij de praktijk zaten er al rijen patiënten voor de deur. Er werd nog niet op afspraak gewerkt, dus degene die ’s ochtends als eerste voor de deur stond, werd als eerste geholpen. Dit kon dus betekenen dat wanneer iemand om 8.15 uur aansloot, hij pas om 11.00 uur aan de beurt was. Tot de laatste dag heb ik me er over verbaasd hoe mensen zonder morren rustig twee uur wachtten totdat ze aan de beurt waren. Ik ging langzamerhand wel steeds meer opzien tegen iedere ochtend en iedere middag weer die enorme rij mensen die allemaal je aandacht wilden en allemaal hun verhaal wilden doen en hier natuurlijk ook allemaal recht op hadden. Dit viel me wel eens zwaar. Wanneer iemand de moeite neemt om twee uur te gaan zitten wachten in de wachtkamer van de dokter dan ga ik ervan uit dat je dan ook wel echt iets zult mankeren. Voor een constatering van de dokter dat je inderdaad griep hebt en lekker in je bed moet gaan liggen met een paracetamol zou ik zelf niet twee uur in de wachtkamer gaan zitten. Nu moet ik er eerlijkheidshalve wel bij vermelden dat de verzekering vanaf de eerste ziektedag een briefje van de huisarts verwacht. Wat de drempel om naar de dokter te gaan ook niet echt verhoogt. Mijn mond viel echt open toen een meisje van 15 jaar (samen met haar moeder en broertje) binnenkwam en vertelde dat ze zich helemaal stijf voelde en pijn in haar spieren had. Op de vraag of ze onlangs misschien activiteiten had verricht die ze niet gewend was te doen, kreeg ik het antwoord dat de ze de vorige dag voor het eerst gevolleybald had. Spierpijn op basis van sportieve activiteiten leek me dan ook bovenaan in de DD staan. Dit heb ik naar mijn beste kunnen proberen uit te leggen. Toen ik klaar was met mijn, naar mijn idee, uitgebreide uitleg van een vrij simpel probleem vroeg ze zich ook nog af waarom haar onderarmen toch ook zo’n pijn deden. Van de bal misschien??? Na ook dit geduldig uitgelegd te hebben en met in m’n achterhoofd het beeld van die nog steeds overvolle wachtkamer, dacht ik de hele familie wel naar tevredenheid naar buiten te kunnen sturen. Nadat ze bevestigend had geantwoord op mijn vraag of ze mijn verhaal begrepen had natuurlijk. Verbaasd was ik dan ook toen er zeer verontwaardigd werd gevraagd of ze hier geen ‘medicijn’ voor ging krijgen. Uit principe alleen al ga ik geen pijnstiller geven aan een gezonde meid van 15 jaar met spierpijn. Maar ja, ze zitten twee uur te wachten en in overleg met de begeleidend huisarts toch maar een pilletje voorgeschreven. Hoewel ik ook hele mooie kanten aan het vak van huisarts zie, weet ik niet of ik voldoende geduld kan opbrengen voor deze categorie patiënten. Het grootste leermoment voor dit co-schap is wel geweest dat ik niet met mijn eigen bril naar de patiënt moet kijken, maar me altijd moet afvragen wat de patiënt nu zo belangrijk vindt om daarvoor uren in een wachtkamer te gaan zitten. Het boven water krijgen van de hulpvraag in de echte praktijk dus. Vermoeiend soms…
Abortussen zijn op Curacao nog steeds verboden. Dit is één van de toch nog vele verschillen met Nederland. Anticonceptie is in alle vormen verkrijgbaar, maar wordt maar matig gebruikt. Vele fabels rond de pil en het condoom doen nog de ronde met als gevolg een relatief hoog percentage ongewenste zwangerschappen. Overigens lang niet alleen bij tienermeisjes. Enkele huisartsen op het eiland zijn bereid ondanks de huidige wetgeving toch abortussen uit te voeren in hun praktijk, zo ook één van de huisartsen waar ik mijn co-schap liep. Deze huisartsen worden door de politiek gedoogd, maar een legalisering zal er voorlopig niet plaatsvinden. Een mening hebben over abortus provocatus is één ding, er bij staan kijken is een volgende en er actief bij betrokken zijn is met name confronterend. Zeggen dat je vóór abortus bent, is totaal iets anders dan het daadwerkelijk uitvoeren. Dit zorgde bij mij voor een innerlijk conflict dat ik vooraf nooit zo duidelijk had verwacht. Zeker wanneer ik kijk naar het percentage vrouwen dat met ogenschijnlijk gemak één of meerdere abortussen laat verrichten. Ik heb me lang afgevraagd of ik dit nu zo nodig op mijn lijstje wilde hebben staan van leerzame activiteiten tijdens mijn co-schap. Voor de duidelijkheid, de huisarts vond dit geen onderdeel van mijn co-schap huisartsgeneeskunde dus ik kon mij er te allen tijde van distantiëren. Maar het maakte in deze praktijk een dusdanig groot deel van de praktijkvoering uit dat ik dit ook mee wilde maken en hier m’n nek voor uit wilde steken. Misschien zijn deze abortussen uiteindelijk wel het belangrijkste punt geworden op mijn lijstje van leerzame activiteiten. Niet zozeer het praktische assisteren, maar met name voor wat betreft het mezelf leren kennen en ontdekken waar echt mijn eigen standpunten en dus mijn eigen grenzen liggen.

Na dit leerzame co-schap huisartsgeneeskunde ben ik meteen verder gegaan met het co-schap sociale geneeskunde bij de Koninklijke Marine op Curacao. Een wereld van verschil. Geen overvolle spreekkamers, iedereen komt netjes volgens afspraak en er is een geplande koffiepauze. Dit laatste was ik al lang niet meer tegen gekomen tijdens mijn co-schappen.
De ziekenboeg heeft de medische maar ook de sociale zorg voor al het marinepersoneel en hun gezinsleden op het eiland. Dit houdt in dat er, in tegenstelling tot wat men zou denken, een breed aanbod van patiënten is op de ziekenboeg, van kinderen tot opa’s en oma’s die op bezoek zijn gekomen en van eerste hulp tot sociale crisissituaties.
Op het moment van mijn aanwezigheid was er een ware waterpokken uitbraak. Geen probleem zo het lijkt, maar dat blijkt toch een te Nederlandse gedachte. Kinderen met waterpokken worden met alle macht uit de Curaçaose samenleving geweerd, net zolang tot er geen pukkeltje meer te zien is. Dit heeft tot gevolg dat een relatief groot deel van de locale bevolking geen waterpokken heeft doorgemaakt op de kinderleeftijd en op deze manier het weren van kinderen met waterpokken in stand wordt gehouden. Dit alles schept nogal wat verwarring bij zowel de Nederlanders als wel bij de lokale bevolking. Hierin ligt dan een belangrijke taak voor de ziekenboeg om dit in goede banen te leiden. Voor mij was er op dat moment de taak om een rondschrijven op te stellen om het marinepersoneel te informeren over de situatie en hoe te handelen. In dit geval is er voor gekozen om het advies van de locale GGD over te nemen en de kinderen thuis te houden totdat alle huidlaesies gesloten zijn. Verder draagt de marine zorg voor de praktische invulling van de diensplicht. Anders dan in Nederland bestaat op Curacao nog steeds een militaire dienstplicht. De Nederlandse Marine organiseert de gehele praktische invulling hiervan en het ziekenboeg personeel is verantwoordelijk voor de medische zorg van de dienstplichtigen. Praktisch komt het erop neer dat de meest kansarmen hun diensplicht moeten vervullen, de rest kan zelfstandig aan een carrière werken. Dit maakt de diensplicht dan ook meer tot een sociaal project, waar de jongens enerzijds militaire vaardigheden en discipline wordt bijgebracht, maar waar ze ook met een diploma voor kok of timmerman de dienst verlaten. In dit hele traject is de medische dienst zeer belangrijk. Het is zaak om zoveel mogelijk jongens met een diploma op zak terug te sturen naar huis. Door het ziekenboeg personeel wordt soms kunst en vliegwerk uitgehaald om iemand ondanks lichamelijke problemen toch de eindstreep te laten halen. Samen met de ziekenverpleger van de ziekenboeg ben ik een dagje mee geweest naar de vlakte van Hato waar op dat moment een oefening bezig was. ’s Nachts moest er een forse wandeling worden gemaakt over de vlakte, maar hierna was de oefening voor de jongens wel ten einde. Zonder rugzak en met prettige wandelschoenen aan was de nachtelijke tocht voor mij prima te doen, maar voor enkele heren die al enkele dagen in het veld hadden gelegen en nog steeds hun rugzak moesten meezeulen viel het niet mee. Daarbij had ik toch al niet de indruk dat dit de meest geliefde bezigheid is van de gemiddelde Curaçaose jongeman. Bij de vraag wie er bij thuiskomst allemaal naar de ziekenboeg moesten voor medische verzorging, stak het hele peloton zijn vinger op. Na enige directe schifting en de opdracht eerst een douche te nemen werden de jongens met de ernstigste klachten verzorgd op de ziekenboeg.
Een ander onderdeel dat de ziekenboeg medisch ondersteunt, is de Kustwacht van Curacao.
Deze ging met de opleidingsklas voor één van de laatste oefeningen naar Bonaire. Ter ondersteuning en bij calamiteiten moet er altijd medisch personeel beschikbaar zijn. Op een paar blaren na heeft dit laatste zich gelukkig niet voor gedaan en heb ik kunnen genieten van de prachtige kust van Bonaire. Ik kan me slechtere omstandigheden bedenken om te leren hoe je een drenkeling moet redden of aan boord van een verdacht schip moet klimmen.

Al met al twee totaal verschillende co-schappen op het mooie Curacao. Bij de huisartsen heb ik veel geleerd over mezelf, maar ook over gedachtegangen en gedrag van patiënten. Hoe in de praktijk de hulpvraag boven tafel krijgen soms lastig maar toch echt belangrijk is, terwijl ik tijdens de lessen communicatie op de opleiding het woord ‘hulpvraag’ niet meer kon horen. Bij de marine heb ik met name veel vrijheid gekregen om zelf invulling aan het co-schap te geven. Ook hier heb ik zelf patiënten kunnen zien tijdens het spreekuur en op de verbandkamer. Meedoen in de rol die de ziekenboeg speelt in de informatievoorziening naar de eigen patiënten, maar zo nodig ook naar de lokale bevolking. En verder heb ik natuurlijk bij kunnen dragen aan de medische zorg die op de verschillende locaties wordt gegeven. Een zeer afwisselende, prettige en niet in de laatste plaats leerzame ervaring op een bijzonder stukje Nederland, dushi Korsow.


 


Op zoek naar een coschap verslag over een bepaald land/regio of over een bepaald onderwerp, gebruik dan onderstaand formulier om de coschap verslagen te filteren.