Nadat ik voor mijn keuze coschap een richting had gekozen besloot ik dat ik nog graag een periode naar het buitenland zou gaan. Omdat ik het voorgaande jaar al een stage in Afrika had gelopen koos ik nu voor ongeveer het tegenovergestelde: Zweden. Als land dat bekend staat om zijn goede (gezondheidszorg-)voorzieningen en waar goed Engels gesproken wordt leek me dit een erg geschikt land om nog 10 weken coassistent te zijn. En ik kan wel zeggen dat mijn eerste kennismaking met het Zweedse ziekenhuissysteem zeer goed is bevallen!
Het valt direct op dat de artsen erg vriendelijk zijn en zeer bereid iets uit te leggen. Voor een deel zal dit samenhangen met de duidelijk een stukje lagere werkdruk in vergelijking met Nederland. Bijvoorbeeld op de afdeling MDL van het ziekenhuis waar ik was lagen 5 patiënten. Daarvoor was één arts-assistent full time beschikbaar en 3 ochtenden in de week ook een specialist. Op de poli hebben ze maximaal 5 plekken per dagdeel, wat neerkomt op een half uur tot 45 min per patiënt. Dit houdt in dat er ruim voldoende tijd is voor elke patiënt -en ook voor vragen van een coassistent!-. Verder zijn alle artsen er in loondienst en hebben ze goede regelgeving rondom werktijden en werkdruk. Dus: koffiepauze is er een recht, tussen de middag is er tijd om met z’n allen samen je thuis bereide warme prakkie op te eten, een uurtje langer blijven wordt als overuren genoteerd en voor een weekenddienst van 12 uur kun je ter compensatie 3 doordeweekse dagen vrij nemen. Arbeidsvoorwaarden waar de meeste Nederlandse artsen alleen maar over kunnen dromen dus. Wat mij verder opviel is dat er in het ziekenhuis weinig hiërarchie voelbaar is. Arts, verpleegkundige, co-assistent: iedereen loopt in hetzelfde witte pakje (met sandalen met sokken erin..), iedereen wordt aangesproken met zijn voornaam, en ‘u’ daar doen ze niet aan. Overigens geldt dit ook voor het aanspreken van patiënten. Vanuit het verleden is het in Zweden juist bijna beledigend om iemand niet met zijn voornaam aan te spreken maar met ‘mevrouw../ meneer..’. Verder deden de artsen erg hun best om in mijn bijzijn Engels te praten, wat bijna elke Zweed overigens behoorlijk goed beheerst. Na verloop van tijd lukte het ook best goed de visite in het Zweeds te volgen. Gelukkig zijn veel namen van ziekten afgeleid van de Engelse of Latijnse benaming. Zo is colitis ulcerosa gewoon ‘ulcerös kolit’, IBS gewoon ‘ieje beeje es’, en ook bij een woord als ‘avföring’ is wel een voorstelling te maken denk ik.
Ook buiten het ziekenhuis voelde ik me prima op m’n plek in het stadje Örebro. Al snel deed ik vrolijk mee met begroeten met ‘hej!’, en ‘hej då’ bij het weggaan. Ook ja (joa) en nee (nej) zijn niet zo moeilijk en zoals ik al noemde zijn veel medische termen en ziektebeelden ook goed te verstaan. Behalve wat woordjes Zweeds weet ik inmiddels ook wat meer van Zweedse gebruiken, met op nummer 1 natuurlijk het fenomeen ‘fika’: een uitgebreide koffiepauze welke voornamelijk in de ochtend door de Zweden nooit wordt overgeslagen. Men eet dan bijvoorbeeld knäckebröd met ei en Kalles, en er wordt ruim de tijd genomen om met collega’s te praten over zaken als het gezin en de skitocht in het weekend.
Ik heb in deze stage veel kunnen leren dankzij de fijne leeromgeving, de bereidheid om Engels te praten, en het hoge niveau van gezondheidszorg en onderwijs in Zweden. Ook de kennismaking met Zweden als land met zijn vriendelijke inwoners, grappige taal en leuke gebruiken, was zeer zeker de moeite waard!

Echter ben ik nog maar een bachelor student, volgend jaar gaan we een minor kiezen. Een minor in Zweden lijkt me geweldig, zou u me daar meer informatie over kunnen geven? Of weet u iemand die me meer over de mogelijkheden kan vertellen?
Mvg