Na 3 maanden tropen-avontuur mogen we onszelf inmiddels al bijna Tanzaniaan noemen. Zo kennen we enkele woorden Kipare (de taal van de lokale stammen), vallen bijna niet meer op als we de lokale bus in stappen, hebben de eerste liederen gezongen in het Kiswahili in de lokale kerk, dronken elke ochtend chai ya maziwa (thee met melk en heeeel veel suiker), zijn in staat om in vloeiend Swahili aan patiënten vragen hoe vaak ze per dag diarree hebben en zijn we al gewend aan een leven zonder elektriciteit en stromend water. Bovendien heb ik zelf malaria mogen ervaren, waardoor ik door de lokale daktari (dokters) dan toch tot echte Tanzaniaan werd bestempeld.
In het ziekenhuis begonnen we dagelijks met de overdracht (gelukkig in het Engels), vaak gevolgd door een medisch-inhoudelijke discussie over patiënten (helaas in het Swahili). Na de overdracht stonden we te trappelen om aan het werk te gaan. Geheel volgens Afrikaanse logica begon dan echter de schoonmaakploeg, waardoor je als arts eerst 2 uur moest wachten voordat je kon beginnen met de rondes op de afdeling. Gelukkig waren er dan nog altijd de spoedgevallen, die gelijk behandeld konden worden.
Het leuke van het werken in een ziekenhuis in Tanzania was dat je algemene afdelingen hebt voor mannen, voor vrouwen, voor kinderen, voor zwangeren en chirurgie. Wanneer je dus een ronde loopt op de “male ward” is dit ontzettend gevarieerd, omdat je voortdurend moet schakelen van vakgebied en je veel verschillende ziektebeelden ziet langs komen. Wat onmiddellijk opviel is dat er veel ziekere mensen in het ziekenhuis lagen dan in Nederland. Dit is te verklaren vanwege het feit dat mensen in een veel later stadium naar het ziekenhuis kwamen. Vaak ging men eerst naar een “traditional healer” of “herbalist” die de boze geesten probeerde uit te drijven of as van verbrande aap op de arm aanbracht. Indien dit geen effect had, werd pas contact gezocht met het ziekenhuis.
Op de afdeling zagen we ook veel tropische ziekten die ons nog redelijk onbekend waren. De hoofdmoot was toch echter wel HIV en malaria. Op de afdeling lagen veel terminale AIDS-patienten die vaak verschrikkelijke neurologische verschijnselen ontwikkeld hadden en waarbij verdere therapie geen effect meer had. Ook malaria kwam vaak voor en ook deze ziekte kon, indien niet goed behandeld, fataal aflopen. Mensen met malaria waren vaak erg ziek, echter bij een goede behandeling knapten ze echter ook snel op.
Daarnaast hebben we veel bijzondere ziektebeelden gezien die we in Nederland nog nooit gezien hadden waaronder: neurofibromatose, tetanus, gasgangreen, anemie (met Hb van 1,3 !), diverse open fracturen en een kaaktumor met een holte ter grootte van tennisbal in de kaak.
Omdat er niet voldoende artsen waren in het ziekenhuis, werd niet elke dag een ronde op de zaal gelopen. Zelf een ronde lopen was nogal lastig omdat we hiervoor nog niet voldoende Swahili spraken en ook omdat we voorzichtig wilden zijn met het nemen van verantwoordelijkheid. We zijn immers nog student, ook in een ontwikkelingsland waar ons kennisniveau hoger is dan dat van de gemiddelde Tanzaniaanse arts. Gelukkig hebben we onze kennis kunnen delen met de andere artsen en zijn blij dat we zodoende zeker van waarde hebben kunnen zijn.
Daarnaast hebben we veelvuldig bij operaties geassisteerd. Dit waren voornamelijk keizersnedes, maar eens in de week was er een hele dag gereserveerd voor geplande operaties. Dit was onze eerste ervaring met de bruutheid van chirurgie in de tropen. Sterilisaties bij vrouwen, slechts onder lokale verdoving... Waarna vervolgens een complete open buikoperatie plaatsvindt. Helaas waren er in het ziekenhuis niet genoeg middelen beschikbaar om al deze ingrepen onder algehele narcose te doen. Hier werd je dus direct met de neus op de feiten gedrukt; geld blijft een erg groot probleem.
Na onze stage tropengeneeskunde hebben we in het kader van ons coschap sociale geneeskunde een project uitgevoerd in het kader van preventie van diarree. Omdat er toch jaarlijks nog enkele mensen overlijden in het ziekenhuis ten gevolge van diarree, hebben we besloten ons te richten op dit onderwerp en dan men name op het verkrijgen van schoon drinkwater. Na enkele dagen van literatuurstudie zijn we op een prachtig idee gestuit, namelijk desinfectie van water door UV-straling! Een plastic fles met water kan een gedurende een dag op het dak gelegd worden in de zon en door de UV-straling worden bijna alle bacteriën, virussen en parasieten gedood. Doodsimpel, goedkoop, maar dus erg effectief. Geïnteresseerden kunnen kijken op www.sodis.ch.
De laatste week hebben we hier in het ziekenhuis en in de community presentaties over gegeven en uitgelegd hoe mensen met behulp van UV-straling schoner water kunnen krijgen. Iedere patiënt met diarree krijgt tegenwoordig ook een flyer mee over deze manier van waterzuivering, zodat ze het gelijk thuis kunnen toepassen.
Al met al zijn we erg blij dat we deze stage hebben mogen meemaken. Enkele maanden in Afrika is erg goed voor het relativeringsvermogen. Daarnaast leer je om te gaan met verantwoordelijkheid, om op gepaste momenten een stap terug te doen, of juist vooruit. Ondanks vele kritische geluiden over het nut van coassistenten in de tropen denk ik dat wij wel degelijk van waarde zijn geweest, met name in de zin van kennis overdragen/delen en levensbedreigende zaken tijdig herkennen. We zijn absoluut met een voldaan gevoel teruggekeerd in Nederland en kunnen een stage in de tropen iedereen aanraden! We hopen dat vele coassistenten de kans krijgen om ook hun kennis te delen in een dergelijk ontwikkelingsland.